Durf het roer om te gooien

Blog Rob Durf het roer om te gooien afbeelding
5
apr

Durf het roer om te gooien

Het klinkt simpel, een terugtredende overheid en meer ruimte voor eigen initiatief van inwoners. De praktijk laat echter zien, dat dit voor gemeenten nog moeilijk is. Gemeenten willen graag dat inwoners, verenigingen en andere maatschappelijke organisaties meedenken en doen, maar de kracht en betrokkenheid van inwoners wordt nog onvoldoende benut. Waarom lukt dit gemeenten niet?

Gemeenten lijken nog onvoldoende bewust en bekwaam hier succesvol mee om te gaan. Inwoners zien door de bomen het bos niet meer en worden van het kastje naar de muur gestuurd. Enorm veel ambtenaren waarmee ze moeten afstemmen en de trage besluitvorming zorgen ervoor dat burgerinitiatieven niet van de grond komen. Acht weken wachten op een besluit voor een subsidiebedrag van € 600 is te lang! Als inwoners niet als volwaardige partners door de gemeente gezien worden, worden de initiatieven geen succes. Dit vraagt om meer durf en lef van de gemeente. Want, zoals mijn collega Roy Simons in zijn blog beschreef, als een groep inwoners zelf met plannen komt, kun je er eigenlijk alleen nog maar mee instemmen.

Het resultaat is dan ondergeschikt aan de beweging die op gang is gekomen.

Weten gemeenten wel hoe ze burgerinitiatieven optimaal kunnen stimuleren en faciliteren? Gemeenten kunnen organisatorisch anders ingericht worden om hiermee een verschil te maken. Meer vertrouwen in de kracht van inwoners, een flexibele houding en het veranderen van procedures is hierbij essentieel. Om inwoners optimaal te ondersteunen zouden ambtenaren moeten weten wat er lokaal speelt door proactief op zoek te gaan naar ideeën en initiatieven van inwoners.

Er valt ook een enorme winst te behalen bij de beleidsvorming. Specifiek voor subsidie- en accommodatiebeleid. In Nederland beschikken we over een goede kwaliteit en spreiding van onze accommodaties. Maar in bijna iedere gemeente staan de accommodaties onder druk. Het is een hele opgave om in deze kwaliteit te blijven investeren én de accommodaties betaalbaar te houden. Kies daarom voor een vraaggerichte benadering. Denk niet in termen van accommodaties en gebouwen, maar in termen van functies en activiteiten. Wat doen en willen inwoners en hoe kunnen we accommodaties inzetten om hier een bijdrage aan te leveren? Inwoners vragen steeds meer kwaliteit, maar ook flexibiliteit en variëteit. Maak daarom samen met inwoners een blauwdruk en formuleer een stip aan de horizon. Én betrek andere partners en zoek nieuwe samenwerkingsvormen voor het eigendom, beheer en de exploitatie van accommodaties.

Hoe beperkter de rol van de gemeente, hoe beter.

Nederland staat ook bekend om zijn vele subsidies en ondersteuningsvormen voor onder meer verenigingen. Deze zijn vaak traditioneel ingericht. Subsidies worden in veel gemeenten uitgekeerd vanwege het feit dat verenigingen bestaan. Verenigingen mogen en moeten gewaardeerd (en vooral gekoesterd) worden, maar subsidie mag nooit een doel op zich zijn. Het werkt behoudend en maakt lui, terwijl het bedoeld is om (vernieuwing) te stimuleren en activeren. Vaak worden subsidies ingezet om een bijdrage te leveren aan doelstellingen van de gemeente. Laten we het omdraaien. Laat subsidies een bijdrage leveren aan de ambities van inwoners. Gemeenten staan immers ten dienste van de inwoners en moeten bijdragen aan het geluk van haar inwoners.

Gelukkig zijn er steeds meer gemeenten, die het roer durven omgooien. In Limburg bijvoorbeeld. De gemeente Stein verandert haar tactiek rondom het subsidiebeleid en de gemeente Brunssum gaat op zoek naar de beste speelwijze om te streven naar een toekomstbestendig accommodatieniveau. Samen met hen mogen wij bouwen aan een gelukkige en actieve samenleving.

Leave a Reply